Hoe moet het zijn om in het ziekenhuis te belanden en nooit meer thuis te komen

Hoe moet het zijn om in het ziekenhuis te belanden en nooit meer thuis te komen

In Ouders, Persoonlijk by Roryblokzijl14 Comments

En dan ineens beland je in het ziekenhuis. Waar je blijft. En nooit meer thuiskomt. Rijdend in de auto naar een afspraak kwam het zomaar omhoog. Out of the blue. Vanochtend besefte ik mij dat ik dat altijd heb gedacht bij mijn Oma. Voor een (zware) operatie moest ze naar het ziekenhuis. Kwam op de Intensive Care terecht. En na een tijdje op de afdeling moest ze opnieuw naar de IC. Ze kwam nooit meer thuis. Het is bijna niet voor te stellen hoe dat moet zijn. Hoe het moet voelen.

Onverwacht opgenomen in het ziekenhuis

Want eigenlijk is dat ook gebeurd bij mijn moeder. Geheel onverwacht opgenomen in het ziekenhuis. En nooit meer thuis gekomen. Het lijkt mij zo raar en onwerkelijk. Als ik het mij probeer voor te stellen. Je spulletjes thuis. De ontbijtspullen die je hebt achter gelaten. Misschien zelfs nog niet eens afgewassen. Je nachthemd dat nog op je opengeslagen beddengoed ligt. Je sloffen op de trap.

Er is geen later meer

Misschien heb je een tasje met de meest noodzakelijke spulletjes meegenomen. Misschien zelfs dat niet eens. Je papieren, sieraden die je niet om hebt gedaan. De kleding van de dag ervoor hangt nog over de stoel. Je vertrekt uit je huis alsof je ieder moment terug kan komen. In de haast heb je dingen laten liggen. Dat komt later wel. Maar er is geen later meer.

Hoe moet dat aanvoelen?

Groot verdriet overspoelt mij als ik hieraan denk. Zou je er zelf aan hebben gedacht? Of denk je niet meer aan dat soort dingen als je ineens heel ziek bent. Als je beseft dat beter worden iets is wat niet meer bestaat. Niet meer voor jou. Hoe moet dat überhaupt aanvoelen? Dat onverwachte, ingrijpende, afschuwelijke nieuws. Is er radeloosheid, acceptatie, besef? Of is het iets wat je overkomt, doorleeft en dan laat gaan?

Er was geen ik. Er was alleen jij

Nog zoveel vragen, waar ik nooit antwoorden op zal krijgen. Terwijl op het moment zelf er geen vragen leken te zijn. Die waren er ook niet. Want alles was voor jou. Ging voor jou. Er was geen ik. Er was jij. Mama. Het leven stond stil. En ging tegelijkertijd in sneltreinvaart door. Alle facetten tegelijk manifesteerden zich. Sterk zijn. Niet teveel verdriet hebben. Niet te lang. Maar makkelijk is dat niet. Helemaal niet.

Ik hou van je mama

Ik mis je. Intens. Als ik de route loop die jij altijd liep. Als het woensdagmiddag knutselmiddag is. Wanneer ik langs je foto loop. Als iemand mij condoleert. Verdriet komt razendsnel omhoog en kropt zich op in mijn keel. Weet je dat ik van de week van papa een appje kreeg dat de walnoten bij de Lidl in de aanbieding waren? De tranen schoten in mijn ogen. Omdat jij dat altijd deed. En omdat papa het nu doet. Ook hij is er voor ons. Op zijn manier.

Ziekenhuis? Nu nog even niet

Het ziekenhuis. Waar ik eigenlijk nog langs wil gaan. Om chocolaatjes langs te brengen voor de verpleegsters die zo goed voor je hebben gezorgd. Dat zou je willen. Dat zou je fijn vinden. Maar heel eerlijk? Ik kan mij er nog niet toe zetten. Beetje bij beetje pakken we de dingen op. En gaan we alles aan. Maar nu nog even niet.

Ik mis je mama.